In februari 2004 vertrokken scheepstimmerman René Segerius en Parooljournaliste Leonoor Wagenaar definitief naar Suriname. Met in hun kielzog zestig ton aan staalplaten; het bouwpakket voor de riviercruiser Mi Gudu, waarmee ze in de toekomst toeristen door het ongerepte regenwoud willen vervoeren. April 2007 is het schip in de vaart genomen. Hieronder de ontstaansgeschiedenis van Mi Gudu (zie elders op deze site ook de Paroolcolumns over de bouw)
“Sinds we in april 2004 met de bouw van ons schip Mi Gudu (Mijn Schatje én Onze rijkdom) begonnen, bestaat ons dagelijks leven uit een boel piekeren, zweten, ontwerpen en proberen. Soms, als er kennissen uit Nederland het schip komen bewonderen, kijken we even met andere ogen mee…. Je kúnt er ook niet elke dag bij stilstaan, maar op de keper beschouwd blijft het hele project een hachelijke onderneming: een goedbetaalde vaste baan als Parool journalist opzeggen, je pensioen verspelen, een prachtige, zelf opgebouwde varende klipper met een vaste ligplaats in hartje Amsterdam verkopen, alles en iedereen achterlaten en rond je vijftigste met een heel nieuw leven beginnen.”

René en ik kenden elkaar nog niet eens zo lang toen we besloten te trouwen, alle twee voor het eerst in ons leven. De bestemming van onze huwelijksreis wisten al: Suriname. Eigenlijk waren we bij aankomst meteen verkocht: die warme, hartelijke, gastvrije mentaliteit, die onbeschrijfelijke schoonheid van het binnenland, de onmetelijk brede rivieren die de geheimen kenden van die donkere, duistere bossen hoog stroomopwaarts Nu ja, dan heb je een favoriet vakantieland. Niets meer en niets minder. Maar René, die al leed aan een sluimerende hernia, kreeg hem hier, na een dodemansrit over de kuilen op weg naar Albina en terug, volop. Dus van tripjes over de weg kon daarna geen sprake meer zijn. Maar die rivieren, konden we geen boottochtje maken, dan? Stad en land hebben we afgelopen; geen plezierboot te vinden. Op twee fronten groeide toen een besef. Het ene front: René zou in de toekomst zijn oude werk niet meer op kunnen pakken, dat zat er, wilde hij zijn rug nog redden, niet meer in. Het andere: als die rivieren er zo onbevaren en maagdelijk bij lagen, waren we dan niet per ongeluk tegen een gat in de markt aangelopen? Daar kwam nog eens bij dat ik na 25 uitbundige jaren van Het Parool ook zo langzamerhand wel zonder pijn in mijn hart afscheid kon nemen. Zo groeide Het Plan.
Eind van die maand kwamen de containers aan; drie veertigvoeters waarin zestig ton staal in alle soorten en maten. Drie lullige stapeltjes staal, eigenlijk, maar zou je de containers zwaarder belasten dan zou geen kraan ze nog op de kade krijgen.
Er was ook een kleinere container met alle toebehoren.
En dan ligt daar opeens die énorme berg staal, met hier en daar getatoeëerde nummers voor de volgorde. Ik geloof eigenlijk niet dat René de angst echt om
het hart sloeg.
Hij was erg zeker van zijn zaak. Zodat we al begin april het grote feest van de kielleggingkonden vieren, mét catering en brassband en zo’n honderd gasten!
Dat was in oktober 2002. In april van het volgende jaar waren we terug. Om te netwerken zoals nog nooit iemand vóór ons had genetwerkt; belangrijke mensen uit het bedrijfsleven, toppers van de MAS, een NV io opzetten… Bij de MAS spraken we een wijze Javaan die elke twee jaar met zijn personeel de diepte van de rivieren moest peilen. Samen hingen we over de waterkaarten en wees hij ons hoe we in een paar dagen binnendoor naar Nieuw Nickerie konden varen, vooral de Wayambo rivier, zei hij toen, is, met haar indianendorpen, misschien wel het mooiste gebied wat hij in Suriname heeft gezien; purple en groenhartbomen die in februari hun blad verliezen en fel paars, geel of oranje staan te bloeien, luiaards, aapjes, overvliegende ara’s; een onontgonnen paradijs. Met Maarten van der Jagt, volledig gediplomeerd machinist raakten we echt bevriend. Het zou een gouden vriendschap blijken.
“In Nederland begonnen we concreet met de voorbereidingen.
Bij Euroshipservices, een bedrijf dat schepen ontwerpt en computer gestuurd
snijdt tot stalen bouwpakketten begonnen we onze eerste aarzelende gesprekken. Enkele maanden later waren we hier wéér. Om een bouwplek te zoeken. En te kunnen regelen dat we alles vrij van invoerrechten zouden kunnen importeren.
Want zouden die belastingen van dertig tot veertig procent nog eens over ons staalpakket worden geheven, dan konden we het hele verhaal wel uit ons hoofd zetten. En of je het geloven wilt of niet: vijf dagen later hadden we onze toestemming, getekend door de minister.
“Maarten van der Jagt, gedoodverfde opvolger als directeur van de MAS was daar opgestapt en bij zijn neef in het staalconstructie bedrijf Ercon gaan werken. We gingen bij hem langs en kwamen te praten over Mi Gudu en waar we moesten
gaan bouwen, er waren een paar opties maar daar kleefden bezwaren aan: te weinig stroom en te drassige grond. En opeens viel die avond bij ons allemaal het kwartje: waarom het schip niet naast Ercon bouwen, op die doodlopende openbare weg: stroom zat, we konden lastravo's lenen, er stond al een kraan zodat Maarten kon helpen met het tillen van de platen… Toen al werd duidelijk: Mi Gudu gaat onder een heel gelukkig gesternte geboren worden.
“De kogel was door de kerk. René verkocht zijn schip aan de Oude Schans voor een prachtprijs, we ontwierpen en bestelden het nieuwe casco (daar gingen natuurlijk wéken overheen) een DAF motor werd door Groot motoren uit Dordrecht volledig uit elkaar gehaald en gereviseerd, er moest een gigantisch aggregaat worden geïmporteerd… de winter zette in en wij reden stad en land af om alles te vergaren. Rillend bekeken we de airco waarvan de moederunit een heel gezin kon huisvesten. Alles: we liepen koopziek door het gigantische keukenbedrijf van Beuk bij Utrecht en wezen aan: zo’n fornuis, en die frituur, wat voor ijsblokjesmachines hebben jullie, en wat doet zo’n gekoelde werkbank nou helemaal? Uit India geïmporteerde messing patrijspoorten alles, alles, alles ging BTW vrij naar de transporteur in Alkmaar. René schoot in die dagen midden in de nacht badend in het zweet wakker: had-ie nu wel aan dit gedacht? Klopte dát wel…
“Februari 2004 vertrokken we definitief. In de slurf naar het vliegtuig overviel me nog één keer de paniek: waar zijn we in gódsnaam mee bezig?! Maar René straalde. En we zouden het per slot van rekening samen doen. Ons huis in Paramaribo Noord hadden we al van tevoren gehuurd, het werd nieuw opgeleverd. En hoewel we natuurlijk nog geen meubels hadden, die dobberden op de oceaan, pionierden we er meteen in. Met een nieuw gekocht bed, twee banken en een tv.
Twee fourwheeldrives en twee waakpuppies verder kon het avontuur dan nu écht beginnen.

Eind van die maand kwamen de containers aan; drie veertigvoeters waarin zestig ton staal in alle soorten en maten. Drie lullige stapeltjes staal, eigenlijk, maar zou je de containers zwaarder belasten dan zou geen kraan ze nog op de kade krijgen. Er was ook een kleinere container met alle toebehoren.
En dan ligt daar opeens die énorme berg staal, met hier en daar getatoeëerde nummers voor de volgorde. Ik geloof eigenlijk niet dat René de angst echt om het hart sloeg.
Hij was erg zeker van zijn zaak. Zodat we al begin april het grote feest van de kielleggingkonden vieren, mét catering en brassband en zo’n honderd gasten!
Via een aannemer kregen we toen drie mannen: Hendrik, Marlon en Bokian, los-vastarbeiders die doorgaans voor een flutloontje tot hun enkels in het roestwater stonden te pielen. Maar Marlon bleek prachtig te kunnen lassen, Hendrik had al direct het overwicht van een natuurlijke leider en Bokian, ach, Bokian, onze waterdrager en ijzerslijper, diep uit het bos kwam hij, half analfabeet, maar ijverig en de trouwste van alledrie. Ze zouden nooit meer weggaan, de Mi Gudu was en is hun grootste trots, en inmiddels zijn zo zó volleerd dat Maarten van der Jagt ze in vaste dienst heeft genomen
“Tegenslagen? We zouden ze niet kunnen noemen, waren ze er eenvoudig niet
of hebben we ze verdrongen? Nou eentje: bij de feestelijke tewaterlating, die kerst 2004, weigerde ze de plomp in te gaan, de bulldozer duwde en slipte, de ronde balkjes waar ze op lag, knapten als luciferhoutjes, ze viel op één oor, werd weer door de kraan rechtgetrokken, maar het water ging ze niet in. De volgende dag kwam er een loader het terrein oprijden, en onder het oog van een handje vol vrienden moest ze er aan geloven. Mooie, door tranen overgoten momenten.
Bij het volledige fotoverslag van de bouw op deze website, kunt u met eigen ogen zien hoe ze uit het niets is verrezen, tot een schitterend schip..
En daarna dus de laatste loodjes. En dat blijken héél véél laatste loodjes, het hout, de elektra, de airco’s, het sanitair, de steiger….Via de twee wekelijkse column in het Parool worden de hoogtepunten beschreven. Een selectie van de columns
van 2006 vindt u ook op deze website.
“Inmiddels zijn we met schip en al verhuisd naar Groningen en wonen we schitterend we aan de Saramaccarivier. En concentreren we ons op meerdaagse trips in west Suriname, waar het regenwoud nog ongerept is.
Technische gegevens Mi Gudu: L.O.A. 27.5 m, breedte 6.5m, holte 2.9, doorvaarhoogte 5.0 m, vlak en kimmen 8 mm, zijde-dek en opbouw 6 mm, voortstuwing DAF 1160, 170 PK bij 1800 RPM, generator 40 KVA 400/230 volt.
Verzamelde Parool columns: Leonoor Wagenaar, Mi Gudu, mijn Schatje, een avontuur op latere leeftijd, uitgeverij Conserve, ISBN 90-5429-216-4