MI GUDU RIVIER CRUISES SURINAME
Kijken waar het schip strandt
Alles komt opeens een beetje tegelijk: Edward vertrekt naar Amsterdam op de dag dat we hier een megalomaan feest over boiti krijgen uitgestort en we bovendien al moeten koken voor de catering, want twee dagen na het feest varen we een vijfdaagse charter met de Huismannetjes, dus in de tussentijd moeten alle hutten óók nog eens grondig door een sopje geslagen worden.
Edward is inmiddels hier alsof hij nooit níét hier is geweest; ik zie hem dagelijks vruchteloos naar de dobber van zijn hengel staren, ik hoor hem tweemaaldaags informeren wat we voor de lunch zullen doen en hoe het avondeten er uit gaat zien (waarbij hij extra gebrand is op vlees – héél veel vlees) zodat we reusachtige hamburgers fabriceren, Mexicaanse burrito’s met ongekend rijke vulling en bij ontstentenis daarvan dan maar in arrenmoede twintig loempia’s bij de warung van vriend mike halen (die in één dag, buiten de maaltijden om, opgaan – dat spreekt.) De strijd tegen de muskieten heeft hij niet gewonnen: nu, na twee maanden loopt hij nog steeds rond met opengekrabde bloederige kuiten. Ik denk dat pas in Nederland dat gevecht definitief zal worden beslecht. En nu moet hij terug, die huismascotte. En we hebben niet eens de tijd om hem zelf naar het vliegveld te brengen.

Want precies op die dag zal het hier zoemen van de bedrijvigheid: Roeli’s Lightning komt hier dan drie reusachtige feesttenten op en naast het huis plaatsen, elk uitgevoerd in verschillende tinten van satijn tentdoek, but all fit for the grand wedding. De hele oprijlaan krijgt lichtjes in de bomen, overal gaat het je tegemoet stralen en intussen wordt mijn heilige tuin met tere jonge aanplant natuurlijk letterlijk onder de voet gelopen, donderen dronken feestgangers mijn Versaci bloembakken (met gouden leeuwenkoppen) omver en aan diggelen, moet ik mijn honden binnen houden, of aan de ketting achter in de tuin vastzetten (alle twee ellendige opties) gaan de katertjes zolang met kattenbak en al naar de slaapkamer en hoe papegaai Japi de herrie van een band voor de deur moet overleven heb ik nog niet helemaal uitgedokterd.
Maar ja. We hebben het toegezegd. Maanden geleden, toen we ons nog in de verste verte niet realiseerden wat er allemaal bij zou komen gaan kijken als één van de populairste mannen van Suriname (en OK, een van onze dierbaarste vrienden) voor de zoveelste maal, maar nou écht, in het huwelijk zou treden. Honderdvijftig tot tweehonderd gasten: ‘Die auto’s moeten ze maar op de weg parkeren’, piepten wij vanuit ons defensief, ‘En jullie betalen de parkeerwacht’. Ik mompelde al dat het om één uur afgelopen moest zijn: ‘Ja, maar, we betalen de band zowieso tot half twee…’ pareerde Jules mijn halfslachtige poging om op tijd mijn bed te zien. Goed, goed, maar daarna is het ook definitief afgelopen.
Waarom we ‘ja’ hebben gezegd tegen de vaartocht zodat het paar op Mi Gudu in de echt kan worden verbonden, en waarom we ‘vooruit dan maar’ zeiden tegen dat hedonistische bacchanaal dat op mijn stoep moet losbarsten. Jules is Surinaams/Antilliaanse Nederlander die een café in Amsterdam had (Don Julio, op Rapenbrug, in onze eigen Nieuwmarkt buurt) Dus toen we hier zo’n zeven jaar geleden op huwelijksreis waren en al wandelend onder de Surinaamse tropenzon aan de Wilhelminastraat hetzelfde uithangbord zagen als dat wat op Rapenburg bungelde, gingen we naar binnen om te informeren of er een relatie bestond. Waarna, jawel, dezelfde Jules stralend de keuken uitliep om ons een hartelijke brasa te geven.
Jules werd, in die periode, onze chef Inburgeringscursus. Hij nam ons mee, eerst kris kras door de stad, om inkopen te doen voor z’n café. Daarna naar het buitenhuis van zijn zus op Commewijne en vervolgens naar het kersverse resort Overbridge en voor Franse wijn langs de Oost West verbinding naar Saint Laurent, Frankrijk (dat gehucht in Europa gaat hier door voor Outre Mèr) Die laatste trip over een vrijwel onbegaanbare weg leverde René definitief een hernia op en eigenlijk ligt bij die hernia de bakermat van Mi Gudu, want toen René zich nog slechts op handen en voeten kon voortbewegen en een trip over de weg naar het binnenland dus gevoeglijk van onze verlanglijst kon worden geschrapt, bleek er dus geen schip voorhanden om relaxt op die schitterende rivieren te varen. En lag daar nou eigenlijk niet een reusachtig gat in de Surinaamse toerisme markt?!
Enfin, tot zo ver het scheppingsverhaal van Mi Gudu. Jules is altijd een dierbare vriend gebleven en sinds zo’n twee jaar hoort Laura daarbij. Zij is een stuk jonger, heeft een soms zware tijd achter de rug en vond bij Jules haar draai. En dat moet dus bekroond worden door een weergaloos feest. Kortom, we berusten in ons lot, al houden we ons hart (wanneer niemand kijkt) vast.
En dan de Huismannetjes, Erik, zijn vrouw Fransje en hun volwassen dochter waren hier al een half jaar geleden om het schip te bekijken en het vervolgens te boeken voor henzelf, hun twee hondjes (ze wonen hier voor een paar jaar) en natuurlijk vooral (denk ik) voor hun drie kinderen en hun aanhang. Ze hadden geboekt voor de Nickerie trip, maar nu de sluis bij Venlo kapot gevaren is en het water daar stroomt als een Zwitserse bergbeek kunnen we de sluis niet passeren zonder enorme deuken op te lopen. Voor de indianen en de rijsttelers verderop is die situatie rampzalig omdat brak water zich nu vermengt met het zoete rivierwater en het dus zowel ondrinkbaar als onbruikbaar is voor irrigatie van de gewassen. En voor ons valt voorlopig dus die hele route af. Nou zijn er in ons vaargebied (het tropisch regenwoud van west Suriname) alternatieven te kust en te keur. Het jammere is hooguit dat je altijd heen en terug vaart, over de Coesewijne, de Tibiti, de Wayombo of de Coppename. Leuk is dan wel weer dat we echt een verkenningsexpeditie kunnen maken, want vooral Tibiti en Coesewijne zijn we ooit maar een héél klein stukje opgevaren, dus daar weten we, heel letterlijk, nog niet waar het schip strandt.
Gewapend met alle waterkaarten en historische facsimile zijn we bij ze langs gegaan. Gelukkig namen ze het heel sportief op (ik zal ze de deuken aan stuur- en bakboord wijzen als ze aan boord stappen), dus nu ligt die tocht nog open.
Maar vooral mevrouw Huisman verlangt naar de luxe en het comfort van Mi Gudu, dus vanmiddag hebben René en ik al heerlijke soepen gemaakt (Franse uiensoep en Gazpacho Andaluz), bellen we met hen nog over het definitieve menu (ze willen zelf ondermeer verse asperges uit Nederland inbrengen) en moet het schip straks weer glimmen als een opgepoetst appeltje . wanneer die morsende en brallende feestgangers eindelijk katterig zijn afgetaaid.
Nou ja, eigenlijk belooft het allemaal wel verschrikkelijk leuk te worden. Behalve het afscheid van Edward dan. Maar die is weer terug vóór je de noodzakelijke bergen gehakt en ossenhaas in hebt kunnen slaan.
Brasa
Leonoor Wagenaar
Edward, neemt hartverscheurend afscheid van Japi & MiGudu..