Daisy, de halfbroer van Kenneth is overleden. Die dood kwam niet onverwacht, hij was al geruime tijd ziek, had HIV maar weigerde uit pure koppigheid zijn medicijn te drinken waardoor hij de tuberculose maar niet de baas werd. Voor de mensen die hier nooit zijn geweest: Kenneth is onze kok op Mi Gudu, zijn vrouw Anouschka zwaait als gastvrouw de scepter op ons appartementencomplex, ze wonen met hun twee kindjes op ons terrein aan de straatkant en we delen met ons allen het dagelijks lief en leed. Dus ook dit leed. Want plotseling moet er geld op tafel komen, geleend en geronseld, voor een waardige begrafenis, voor de aula, de lijkbewassers, de kist, de dragers, de tent voor de signi neti en, natuurlijk, voor de nieuwe kostuums. Plotseling is het wervelwind van geren en geregel. Er moet een rouwadvertentie komen en Kenneth bijt zijn potlood stuk op een mooie tekst. Black werd hij genoemd. En hij leefde een beetje in het schemergebied van lichte criminaliteit van ‘van achter de markt’. Hij kon gul zijn, maar in een kwaaie bui al zijn gaven weer terugeisen. Koppig als een ezel. En wispelturig. Maar toch. Kenneth was zijn ‘broertje’ en hij voelde zich verantwoordelijk. Met veel moeite vonden ze zijn zoon Pukkie, een wat slome slungel van 24 jaar. Nee, die had ook niets om aan te trekken, dus die hebben ze van z’n voeten tot z’n kruin in het nieuw gestoken. Zijn zusje en hij, ze hadden een moeilijke jeugd gehad, hun vader keek niet erg naar ze om en, uitzonderlijk binnen creoolse kringen, ook een groot deel van de familie had Black en zijn kinderen links laten liggen. En zo togen ze eergisteren met de garderobe keurig gestreken op hangertjes achterin met ons Noah busje naar Kenneth’s zuster op Geyersvlijt waar de Signi Neti zou plaats vinden (omdat maar liefst 20 familieleden in dat huis bleven slapen, brachten zij die nacht in het busje door). Gisteravond laat kwamen ze terug, gesloopt maar innig tevreden dat het zo mooi was geweest. Uren hebben ze buiten bij de rivier zitten vertellen terwijl Latifa, hun dochtertje van zeven, uitgeput op de schommelbank lag te slapen, met haar hoofd in papa’s schoot. De voorzangers hadden prachtige stemmen gehad (die wel regelmatig met whisky gesmeerd dienden te worden) en er werd naar hartelust gezongen. Tegen het einde van de singi neti (om precies 00.00 uur), waarbij alle kunstlichten gedoofd werden en men slechts bij kaarlicht het afscheidslied zong, zakte Pukkie plots in elkaar. Anouchka vertelt: “het gebeurde vlak bij waar wij waren, dus ik probeerde hem weer tot leven te wekken, maar ik voelde nog nauwelijks hartslag, soms viel die zelfs even helemaal weg, ik had het gevoel dat hij ons daar ging verlaten, dus ik riep, ik gaf hem tikjes in zijn gezicht… Maar terwijl ik dus dacht dat hij dood ging, begreep Kenneth al wat er aan de hand was. Dus hij riep: ‘Black. Laat die jongen los! Jij heb je tijd gehad en niet goed benut, dus ga maar waar wij allemaal eens moeten gaan’. Opeens leek hij wakker te worden.” “En begon te spreken, maar het was niet Puk’s schuchtere stem, ik hoorde de harde stem van Black, die zoals vanouds aan het schelden en verwijten was. Dat hij zijn zoon was komen halen, dat hij Puk was komen halen omdat wij toch niet voor hem zouden zorgen. En dat bleef hij herhalen in heel grove en vuile taal. Toen spraken Kenneth en ik tot hem: ‘Je moet Pukkie loslaten, je tijd is al voorbij en je moet gaan, je zoon verdient het niet om al te gaan, wij gaan straks naar je kinderen kijken.’ Maar het was tegen dovemansoren. Vervolgens bemoeide de familie van zijn vader zich ermee. Ze praatten ook op hem in en begonnen hem te slaan, ik was bang dat ze hem echt dood zouden slaan, maar Black blééf maar doorgaan. De zus van Kenneth kwam er óók bij en zei dat ze een christen is en dat deze dinges niet meer in haar huis mochten gebeuren en dat ze weg moesten gaan, Black incluis. De vaders familie nam hem toen naar de andere kant van het erf en daar eiste Black sopi, sterke drank en hij bleef maar schelden. En de familie verwijten maken, hoe ze hem en de kinderen in de steek hadden gelaten en dat hij gekomen was om z’n beide kinderen mee te nemen.” “En echt, ik was er van overtuigd dat hij Pukkie daadwerkelijk mee zou nemen. En dat diens zusje vervolgens zou sterven van verdriet. “ “Anderhalf uur hebben de familieleden culturele handelingen gepleegd, bonu dinges, maar hij wilde niet weg. Uiteindelijk werd het Kenneth’s zus te veel en is ze met een groepje christenen gaan bidden. Waarmee we hem dus straften. En geloof het of niet, hij werd rustig, stopte met schelden. Uiteindelijk zei mijn schoonzus: ‘plaats maken, want nu gaat hij weg.’ Iedereen begon toen aan weerzijden naar de straat toe een haag te vormen. De jongen zakte voor de tweede keer weg en langzaam kwam Pukkie toen weer bij kennis. Niets wist hij, van wat er gebeurd was. Het enige wat hij zei is: ‘Ik ben zo moe.’ Tot vier uur in die ochtend hebben we toen allemaal samen met Pukkie ziten praten. En de volgende dag hebben dochter en zoon samen hun vader in de kist van de rouwzaal naar de auto gebracht. “Ik geloof inderdaad dat Black er daarna vrede mee had. Hij dirigeerde op de begraafplaats in elk geval de dragers zonder omwegen linea recta naar het graf. Ik denk dat daarmee alles wel voorbij is. Toch, we gaan hem straks op zijn siksi wiki (zes weken) heel sober gedenken. Want dit willen we écht niet nog eens meemaken!” Brasa Leonoor Wagenaar