Zo. Net een mail gestuurd naar Colin Edwards. Dat is een bijzonder sympathieke Brit die we zo’n jaar of twee geleden in het diepe binnenland van Guyana hebben ontmoet. René en ik wilden er een paar daagjes tussenuit en we besloten om maar eens te gaan gluren bij de buren. Bovendien was het een leuke aanleiding om voor Parbode, waar ik toen hoofdredacteur van was, te bekijken hoe het gesteld was met de ontwikkelingen op toeristisch gebied in een alleszins vergelijkbare omgeving als die van Suriname (veel bos, geen strand). Dat laatste viel trouwens behoorlijk tegen: misschien was de kwaliteit van de lodges in het binnenland beter, maar alles bleek peperduur en eerlijk gezegd: ik heb er ook in Georgetown geen toerist op straat gezien. (Waarschijnlijk mede door de reputatie van het land, naast Trinidad zo ongeveer het meest gewelddadige van Latijns Amerika). Uiteindelijk boekten we twee hangmatten in natuurreservaat Iwokrama waar een Canopy Walk was getimmerd (een loopbrug, hoog tussen de boomkruinen). Om er te komen moest je dus wel úren over een ongeplaveide weg dwars door tropisch regenwoud. Maar allez, we hebben een high lux, een paar tankjes gasoline in de jerrycan en hoppetee. Het bleek een wondermooie route die uiteindelijk tot aan de grens van Brazilë (Brazielje, zeggen de mensen hier) leidde. En omdat je je bij het begin, bij de grens van het natuurpark én bij de andere kant met paspoort en al moet legitimeren en er bovendien geen enkele zijweg was, leek de kans op overvallen miniem. Er rijden incidenteel enkele bussen met garimpieros (goudzoekers) naar huis, maar verder ben je er alleen en zie je steeds weer kuddes pingo’s (bosvarkentjes) een incidenteel hertje, schitterende roofvogels… Die Canopy Walk was nat, hoog en nogal eng, dus tuften we maar verder. Voorbij dat regenwoud (en het natuurpark) begon een schitterend heuvelachtig savannegebied met reuzenmiereneters en andere wonderlijke creaturen. En daar was dus ook de Rock View Lodge van Colin. Ik had er al veel over gelezen, wist dat hij het met opzet naast een vliegveldje had neergezet en voor het artikel leek het ons aardig om hem te spreken. Dat was dus een énige ontmoeting! Hij liet ons alles zien (the royal bedroom van prins Charles!) en vertelde nog meer. Helaas konden we er niet blijven logeren, want we zaten aan die verdomde hangmatten vast. Maar hij maakte ons wel lekker met zijn verhaal dat negentig kilometer verder, voorbij de grens, zich een uitgebreid netwerk van asfaltwegen ontvouwt waarover je echt élke plek in Zuid Amerika kon bereiken. Toen het artikel in ons blad stond en we er bovendien iedereen de kop over gek zeurden, ontstond, alweer een jaar geleden, ons Masterplan: met een groep vrienden de Grand Tour rijden, dus dwars door Guyana, naar de opera in Manaus en dan verder door Brazilië (Brazielje, zeggen ze hier) en over een brug die bij Frans Guyanne schijnt te zijn gebouwd, terug naar huis. Sluipenderwijs kreeg dat plan vastere vormen. Zo heeft vriend Frans een goede kennis die in Brazilië houtconcessies bezit en dus ook pontons om dat hout te vervoeren. En dat kwam goed uit, want die trip is helemaal niet over de weg te maken, zo bleek al snel. (En het operaseizoen is óók al voorbij, als we er komen!) We zullen dus, met auto en al, dágen over de Amazonerivier moeten varen. Naar Santarem, waar die vriend (Casper) woont. En erg mooi woont, naar het schijnt, in een soort rivierdelta waar alle mogelijke stroompjes, kreken, beken en grote rivieren samenkomen, mekaar kruisen of wat water in die hoedanigheid verder zoal doet. (In diverse kleuren, dat óók nog, de ene schijnt roze te zijn, of paars, geel, groen, nou ja, we gaan het zien). Bovendien schijnt er een soort Mi Gudu van hout rond te dobberen en daar mogen we ook op, dus de feitelijke luier vakantie, die houden we daar. Inmiddels zijn de voorbereidende vergaderingen, die toch vooral het karakter van drinkgelagen hadden, uitgegroeid tot heuse besprekingen waarin auto-, reis- en andere verzekeringen worden besproken en hotels gereserveerd voor zover dat mogelijk is. Vandaar dat mailtje aan Colin. Die meteen antwoordde, want natúúrlijk herinnert hij zich ons nog en hij vindt het énig dat we nu wel bij hem komen slapen (misschien dat we, als er tijd voor is, de door mij zelve gefabriekte Engelse website,www.miguducruises.com nog even met een stofkam doornemen). De vijfentwintigste juni ontmoet de hele groep (twee echtparen en vier loslopende mannen) elkaar in Nickerie (Frans en Marcel moeten nog langs het vliegveld om zussen en broeders op te pikken) en dan zitten we de volgende ochtend vroeg op de veerpont over de Corantijnrivier. Ik neem mijn Barbie Babydoll (schattig klein meisjes computertje) mee, dus als het lukt stuur ik de columns in die periode vanuit die andere jungle (die toch ook weer de onze is, want we het is allemaal Amazone regenwoud). Brasa Leonoor Wagenaar